beardiesheader0

Statuten

STATUTEN VOOR DE BEARDED COLLIE VERENIGING NEDERLAND

Artikel 1.  Naam, vestigingsplaats en duur
  1. De vereniging draagt de naam Bearded Collie Vereniging Nederland.
    De vereniging kan de verkorte naam BCVN voeren en wordt in de statuten aangeduid als “de   Vereniging”.
  2. De vereniging is voor onbepaalde tijd aangegaan. Ze is opgericht op vijf en twintig mei tweeduizend twaalf en gevestigd in de gemeente Bergen (Limburg).
    De vereniging heeft volledige rechtsbevoegdheid en valt onder het Nederlands Recht.
  3. De vereniging is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel regio Limburg.
Artikel 2. Doel en middelen
  1. De vereniging heeft tot doel:
    a. instandhouding en verbetering van de Bearded Collie zoals in de rasstandaard beschreven;
    b. de bevordering van de gezondheid en het welzijn van de tot dit ras behorende honden in het algemeen en voorkomen en bestrijden van erfelijke gebreken binnen dit ras in het bijzonder;
    c. het verbeteren van het ras door nationale en internationale samenwerking;
    d. het bevorderen van het contact tussen liefhebbers van de Bearded Collie.
  2. Zij tracht dit doel te bereiken door:
    a. publiceren van een website;
    b. organiseren van clubmatches, jonge hondendagen en evenementen;
    c. het geven van voorlichting bij de aankoop, houden, fokken en opvoeden van de Bearded Collie;
    d. het bevorderen van contacten nationaal en internationaal;
    e. deelname aan overleg in de kynologie;
    f. ontwikkelen van een beleid ter bestrijding van erfelijke gebreken binnen het ras;
    g. door het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, voor zover daarbij niet wordt gehandeld in strijd met het kynologisch reglement en overige voorschriften, zoals die van tijd tot tijd worden vastgesteld of gewijzigd door of vanwege de te Amsterdam gevestigde vereniging: Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland - welke vereniging hierna wordt aangeduid als: de Raad van Beheer.
  3. De middelen van de vereniging bestaan uit de (jaarlijkse) bijdragen van de leden, de donateurs, erfstellingen, legaten, schenkingen en andere inkomsten als hierna in artikel 26 en verder omschreven. Erfstellingen mogen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
Artikel 3. Verhouding tot de vereniging Raad van Beheer
  1. De vereniging ontleent haar rechten aan de wet, de statuten, het huishoudelijk reglement en de overige reglementen van de Raad van Beheer en verplicht zich zonder voorbehoud tot naleving van die statuten, reglementen en wettig genomen besluiten van de Raad van Beheer.
  2. De vereniging aanvaardt zonder voorbehoud de rechtsmacht van de Geschillencommissie voor de Kynologie en het Tuchtcollege voor de Kynologie, zoals weergegeven in de statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad van Beheer.
  3. De leden van de vereniging zijn jegens de vereniging tot hetzelfde gehouden als waartoe de vereniging vanwege haar lidmaatschap jegens de Raad van Beheer zal zijn gehouden op grond van de statuten en reglementen van de Raad van Beheer en de door de organen van de Raad van Beheer wettig genomen besluiten.
  4. De vereniging is bevoegd tot het opleggen van de verplichtingen aan de leden jegens de Raad van Beheer, waarbij al hetgeen waartoe de vereniging jegens de Raad van Beheer is gehouden uit hoofde van het bepaalde in de statuten en reglementen van de Raad van Beheer ook geldt als verplichtingen die de leden van de vereniging rechtstreeks jegens de Raad van Beheer hebben, alles met toepassing van het bepaalde in artikel 46, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 4. Verenigingsjaar

Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

Artikel 5. Leden

De leden van de vereniging worden onderscheiden in:
a. gewone leden;
b. ereleden;

Zij hebben alle rechten en plichten die de wet en de statuten aan leden toekennen.

Artikel 6. Gewone leden / Ereleden / Donateurs
  1. De gewone leden van de vereniging worden onderscheiden in algemene leden en gezinsleden.
  2. Algemene leden en gezinsleden zijn de natuurlijke personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en als zodanig zijn toegelaten.
  3. Gezinsleden zijn zij die met een lid zijn getrouwd of daarmee duurzaam samenleven, die om gezinslidsmaatschap hebben verzocht, en vervolgens als zodanig zijn toegelaten.
  4. Ereleden zijn de natuurlijke personen die zich voor de vereniging buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt en om die reden als zodanig zijn benoemd.
  5. Donateurs zijn natuurlijke personen of rechtspersonen die door het bestuur als donateur zijn toegelaten en die zich jegens de vereniging hebben verplicht jaarlijks een door het bestuur vastgestelde minimum-bijdrage te voldoen.
  6. Donateurs hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die, welke hen bij of krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd.
  7. De rechten en verplichtingen van een donateur kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd. Beëindiging van het donateurschap namens de vereniging geschiedt door het bestuur.
Artikel 7. Toelating van leden
  1. Om als lid te worden toegelaten dient men de gedragscode te onderschrijven.
  2. Het bestuur beslist over de toelating van algemene leden en gezinsleden nadat zij zich als zodanig schriftelijk hebben aangemeld.
  3. Zij die door de Raad van Discipline voor de Kynologie zijn gediskwalificeerd kunnen gedurende de duur van hun diskwalificatie niet worden toegelaten.
  4. Het bestuur kan het besluit omtrent de toelating ten hoogste twee maanden aanhouden, indien de aanmelding voor het lidmaatschap minder dan twee maanden voor het houden van een Algemene Leden Vergadering wordt ontvangen.
  5. Indien de toelating door het bestuur wordt geweigerd, staat daartegen binnen een maand na ontvangst van het bericht van weigering beroep op de Algemene Leden Vergadering open. De Algemene Leden Vergadering kan ook uit eigen beweging alsnog tot toelating besluiten.
Artikel 8. Aanvang van het lidmaatschap
  1. Het lidmaatschap van algemene leden en/of gezinsleden vangt aan met de dag volgende op hun toelating.
  2. Het lidmaatschap van ereleden vangt aan met de dag volgende op de aanvaarding van hun benoeming.
Artikel 9. Einde van het lidmaatschap

Het lidmaatschap eindigt:

a. door de dood van het lid;
b. door opzegging van het lid;
c. door opzegging van de vereniging;
d. door ontzetting.

Artikel 10. Opzegging door het lid
  1. Opzegging door het lid geschiedt schriftelijk aan het bestuur.
  2. Het lidmaatschap eindigt met ingang van de dag volgende op die, waarop de schriftelijke opzegging wordt ontvangen. Indien bij de opzegging geen tijdstip wordt vermeld, eindigt het lidmaatschap aan het einde van het verenigingsjaar waarin de opzegging plaatsvindt.
Artikel 11. Opzegging door de vereniging
  1. Opzegging door de vereniging is slechts mogelijk indien:
    a.   het lid zijn verplichtingen tegenover de vereniging niet nakomt;
    b.  aan het lid door de Raad van Discipline voor de Kynologie bij onherroepelijke uitspraak een straf is  opgelegd;
    c. om een andere reden van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
    d. in strijd wordt gehandeld met de fokvoorwaarden en/of gedragscode.
  2. De opzegging geschiedt door het bestuur; doch slechts krachtens een daartoe strekkend bestuursbesluit. Het bestuur bepaalt van geval tot geval of de opzegging met onmiddellijke ingang geschiedt of tegen een bepaalde, door het bestuur vast te stellen datum.
  3. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder a., wordt niet tot opzegging overgegaan dan nadat het lid schriftelijk op zijn verzuim is gewezen en hij gedurende één maand in de gelegenheid is gesteld om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
  4. Het lid wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk en met opgave van redenen van het besluit tot opzegging in kennis gesteld. Daarbij wordt mededeling gedaan van de op grond van het vijfde lid bestaande beroepsmogelijkheid.
  5. Tegen het besluit tot opzegging staat binnen één maand na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde mededeling beroep open op de Algemene Leden Vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst in de uitoefening van alle aan het lidmaatschap verbonden rechten en in de uitoefening van een eventueel door het lid beklede bestuursfunctie. Het geschorste lid heeft echter wel toegang tot de Algemene Leden Vergadering waarin het beroep wordt behandeld en is bevoegd daarover het woord te voeren.
Artikel 12. Ontzetting
  1. Ontzetting is slechts mogelijk indien:
    a. het lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging;
    b. het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt;
    c. het lid in strijd handelt met de statuten, huishoudelijk reglement, fokreglementen gedragscode of besluiten van de vereniging.
  2. Ontzetting geschiedt door het bestuur; doch slechts krachtens een daartoe strekkend bestuursbesluit.
Artikel 13. Overige sancties

Onverminderd het bepaalde in artikel 12 kan een lid door het bestuur voor de duur van maximaal één jaar worden geschorst, indien het lid heeft gehandeld in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde besluiten van de vereniging dan wel de vereniging op onredelijke wijze heeft benadeeld.

Artikel 14. Organen

De vereniging kent:
a. een bestuur;
b. een ledenvergadering;
c. een kascommissie;
d. commissies.

Artikel 15. Bestuur
  1. Met uitzondering van de eerste bestuurders, die bij de akte van de vereniging in functie zijn benoemd, worden de bestuursleden benoemd (en kunnen zij worden geschorst en ontslagen) door de Algemene Leden Vergadering.
  2. De Algemene Leden Vergadering besluit of het bestuur uit vijf (5) of uit zeven (7) leden zal bestaan.
  3. Behoudens het hierna bepaalde kunnen slechts leden van de vereniging bestuurder zijn. De Algemene Leden Vergadering kan - bij wijze van uitzondering - bepalen dat voor de benoeming van de voorzitter het lidmaatschapsvereiste niet geldt en hij buiten de leden kan worden benoemd.
  4. Degene aan wie door de Raad van Discipline voor de Kynologie de straf van diskwalificatie van zijn persoon is opgelegd, is gedurende de duur van deze diskwalificatie niet tot lid van het bestuur benoembaar.
  5. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester kunnen als zodanig worden benoemd; indien niet in een zodanig benoeming is voorzien geldt hetgeen hierna in artikel 21 is bepaald.
Artikel 16. Voordrachten
  1. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit één of meer niet bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in het zesde lid.
  2. Iedere voordracht heeft op één bepaalde vacature betrekking en vermeldt de naam van degene door wiens aftreden de vacature wordt veroorzaakt. Iedere voordracht vermeldt voorts de naam van ten minste één kandidaat.
  3. Tot het opmaken van een voordracht zijn zowel het bestuur als tien stemgerechtigde leden bevoegd.
  4. Een voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. Een voordracht van tien of meer stemgerechtigde leden moet ten minste één week voor de vergadering schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
  5. Is er voor een bepaalde vacature meer dan één voordracht, dan geschiedt de benoeming uit die voordrachten.
  6. Is er voor een bepaalde vacature geen voordracht opgemaakt, dan is de Algemene Leden Vergadering voor de vervulling van die vacature vrij in haar keus.
Artikel 17. Einde bestuurslidmaatschap
  1. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
    a. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging, één en ander behoudens het bepaalde in artikel 15 lid 3;
    b. door periodieke aftreding;
    c. door bedanken;
    d. door ontslag;
    e. door oplegging van een straf door het Tuchtcollege voor de Kynologie.
  2. Het bestuurslidmaatschap eindigt in het geval, bedoeld in het eerste lid onder b., aan het einde van de in artikel 18, eerste lid, bedoelde Algemene Leden Vergadering. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder c., eindigt het bestuurslidmaatschap op het door het bedankende bestuurslid genoemde tijdstip. In alle overige gevallen eindigt het met onmiddellijke ingang.
Artikel 18. Periodieke aftreding
  1. Na vijf (5) jaar treedt op de jaarlijkse Algemene Leden Vergadering een bestuurslid af volgens een door het bestuur op te maken en zo nodig te wijzigen rooster.
  2. Dit rooster wordt zodanig opgemaakt, dat:
    a. ieder bestuurslid uiterlijk vijf (5) jaar na zijn benoeming aftreedt, waarbij onder een jaar wordt verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse Algemene Leden Vergaderingen;
    b. de voorzitter, de secretaris en de penningmeester zo mogelijk in verschillende jaren, maar in ieder geval nimmer alle drie gelijktijdig aftreden;
    c. zij die in een tussentijdse vacature zijn benoemd, zo mogelijk op het rooster de plaats van hun voorganger innemen.
  3. Volgens rooster aftredende bestuursleden kunnen terstond worden herbenoemd.
Artikel 19. Schorsing en ontslag
  1. Elk bestuurslid kan te allen tijde door de Algemene Leden Vergadering worden ontslagen of geschorst.
  2. Een schorsing die niet binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
Artikel 20. Vervulling tussentijdse vacatures
  1. Indien in het bestuur één of meer vacatures zijn ontstaan, blijft het bestuur bevoegd.
  2. Het bestuur is verplicht, de vervulling van de open plaats of de open plaatsen voor de eerstvolgende Algemene Leden Vergadering te agenderen. Zodra echter het aantal zitting hebbende bestuursleden minder bedraagt dan het aantal vacatures, is het bestuur verplicht zo spoedig mogelijk een Algemene Leden Vergadering ter voorziening in die vacatures te beleggen.
Artikel 21. Bestuursfuncties
  1. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan, voorziet in de vervanging van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester in geval van verhindering of ontstentenis en verdeelt ook overigens de werkzaamheden over zijn leden.
  2. De functies van voorzitter, secretaris en penningmeester zijn onverenigbaar.
  3. Op vervanging in geval van verhindering of ontstentenis is het bepaalde in het tweede lid niet van toepassing.
Artikel 22. Bestuurstaak en –bevoegdheden; verantwoordelijkheid van bestuurders
  1. Behoudens de beperkingen van de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. Het richt zich daarbij naar de aanwijzingen betreffende de algemene lijnen van het te volgen beleid, zoals die door de Algemene Leden Vergadering in de begroting of op andere wijze worden gegeven.
  2. Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de Algemene Leden Vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen.
  3. Ieder lid van het bestuur is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuursleden behoort, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk ter zake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
Artikel 23. Besluitvorming bestuur
  1. Alle besluiten worden door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag, tenzij het bestuur besluit de zaak tot de volgende vergadering aan te houden.
  2. Om te kunnen besluiten moet ten minste de helft van het aantal bestuursleden, eventuele vacatures niet meegerekend, aanwezig zijn, tenzij het zaken betreft die geen uitstel gedogen.
  3. In afwijking van hetgeen de wet daarover bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming en de inhoud van een genomen besluit niet beslissend.
Artikel 24. Mandatering en delegatie van bestuurstaken en –bevoegdheden
  1. Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden mandateren aan één of meer van zijn leden. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen en aanwijzingen geven dat willen zeggen een zogenaamd protocol opstellen.
  2. Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde taken en bevoegdheden delegeren aan een door het bestuur ingestelde commissie. Het bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen geven.
  3. De richtlijnen en aanwijzingen mogen niet in strijd zijn met de wet, met de statuten of met een reglement als bedoeld in artikel 40.
  4. Bij mandatering aan één of meer bestuursleden wordt steeds in de eerstvolgende bestuursvergadering verslag uitgebracht van hetgeen is verricht.
Artikel 25. Vertegenwoordiging
  1. De bevoegdheid om de vereniging in en buiten rechte te vertegenwoordigen, komt toe aan:
    a. het bestuur;
    b. de voorzitter en de secretaris, gezamenlijk handelend;
    c. de voorzitter en de penningmeester, gezamenlijk handelend;
    d. de secretaris en de penningmeester, gezamenlijk handelend.
  2. Bij verhindering of ontstentenis van een in het eerste lid genoemde functionaris kan deze ten behoeve van de daar bedoelde vertegenwoordiging niet vervangen worden door een op grond van een artikel 21 aangewezen vervanger.
Artikel 26. Geldmiddelen

De inkomsten van de vereniging bestaan uit:

a. contributies;
b. inschrijf- en entreegelden voor exposities;
c. schenkingen, legaten en erfstellingen;
d. overige baten.

Artikel 27. Contributie
  1. De leden, met uitzondering van de ereleden, zijn aan de vereniging een jaarlijkse contributie verschuldigd, waarvan het bedrag door de Algemene Leden Vergadering wordt vastgesteld.
  2. Het bedrag van de contributie van gezinsleden wordt bepaald op een gedeelte van de contributie van algemene leden.
  3. Eenmaal vastgestelde bedragen blijven van kracht totdat zij door de Algemene Leden Vergadering worden gewijzigd. Een wijziging werkt ten hoogste terug tot de aanvang van het verenigingsjaar waarin zij wordt vastgesteld.
  4. Wanneer het lidmaatschap van een lid in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desondanks de contributie over het gehele jaar verschuldigd.
  5. Het bestuur kan in bijzondere gevallen, al dan niet voor een bepaalde termijn, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het betalen van contributie verlenen.
Artikel 28. Begroting
  1. Het bestuur legt jaarlijks aan de Algemene Leden Vergadering een begroting van inkomsten en uitgaven ter vaststelling voor op een zodanig tijdstip, dat deze begroting behandeld kan worden voor de aanvang van het betreffende verenigingsjaar of uiterlijk op de in dat jaar te houden jaarlijkse Algemene Leden Vergadering.
  2. De ontwerpbegroting wordt aan de stemgerechtigde leden op verzoek ten minste drie weken voor de Algemene Leden Vergadering digitaal toegezonden.
  3. Zonder voorafgaande toestemming van de Algemene Leden Vergadering is het bestuur niet bevoegd tot het aangaan van verplichtingen als:
    a. daardoor de begrotingspost ten laste waarvan de betreffende uitgaven moeten worden gebracht, met meer dan tien procent (10%) zou wordt overschreden;
    b. of het totale financiële resultaat van het betreffende verenigingsjaar daardoor ongunstiger zou worden dan in de begroting is voorzien.
    Om te voorkomen dat een niet voorziene - edoch dringend noodzakelijke - uitgave, die niet valt onder een specifiek van tevoren begrote post, op grond van het hiervoor onder b. bepaalde leidt tot onnodige raadpleging van de Algemene Leden Vergadering, zal het bestuur tevens jaarlijks een begrotingspost opnemen voor onvoorziene uitgaven.
  4. Indien evenwel de begroting niet wordt vastgesteld voor de aanvang van het betreffende verenigingsjaar, dan is het bestuur gedurende iedere maand die geheel of gedeeltelijk aan die vaststelling voorafgaat bevoegd tot het aangaan van verplichtingen tot ten hoogste een twaalfde gedeelte van de betreffende post van de ontwerpbegroting.
Artikel 29. Jaarverslag
  1. Het bestuur brengt jaarlijks een schriftelijk jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid in het afgelopen verenigingsjaar. Dit verslag wordt uitgebracht op een zodanig tijdstip, dat het behandeld kan worden op de eerste jaarlijkse Algemene Leden Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.
  2. Het jaarverslag wordt door alle leden van het bestuur ondertekend. Ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgaaf van redenen melding gemaakt.
  3. Het jaarverslag wordt aan de stemgerechtigde leden op verzoek ten minste drie (3) weken voor de Algemene Leden Vergadering digitaal toegezonden.
Artikel 30. Boekhouding
  1. Het bestuur houdt van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
  2. Het bestuur bewaart de in het eerste lid bedoelde bescheiden gedurende tien (10) jaren.
Artikel 31.Rekening en verantwoording
  1. Het bestuur maakt jaarlijks een balans en een staat van de baten en de lasten van de vereniging over het afgelopen verenigingsjaar op en legt deze met een toelichting ter goedkeuring aan de Algemene Leden Vergadering voor op een zodanig tijdstip, dat zij behandeld kunnen worden op de eerste jaarlijkse Algemene Leden Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.
  2. Goedkeuring van de balans en de staat van baten en lasten door de Algemene Leden Vergadering strekt het bestuur tot decharge voor al hetgeen daaruit blijkt.
  3. De balans en staat van baten en lasten worden aan de stemgerechtigde leden op verzoek ten minste (3) weken voor de Algemene Leden Vergadering digitaal toegezonden.
Artikel 32. Kascommissie
  1. De Algemene Leden Vergadering benoemt jaarlijks uit de stemgerechtigde leden een kascommissie van ten minste twee leden. Tegelijkertijd worden zo mogelijk ten minste twee plaatsvervangende leden benoemd, die de leden bij ontstentenis vervangen. De leden en de plaatsvervangende leden mogen geen deel van het bestuur uitmaken. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd, tenzij zij reeds twee jaar zitting hebben.
  2. De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en lasten en brengt aan de Algemene Leden Vergadering schriftelijk of mondeling verslag van haar bevindingen uit.
  3. Het bestuur stelt de kascommissie in staat, haar onderzoek tijdig voor de jaarlijkse Algemene Leden Vergadering te verrichten en is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
  4. Indien het onderzoek bijzondere boekhoudkundige kennis vereist, dan kan de commissie zich op kosten van de vereniging door een deskundige doen bijstaan.
  5. De leden van de kascommissie kunnen te allen tijde door de Algemene Leden Vergadering worden ontslagen, maar slechts tegelijk met de benoeming van andere leden.
Artikel 33. De Algemene Leden Vergadering
  1. Aan de Algemene Leden Vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen
  2. Jaarlijks wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval uiterlijk vier maanden na afloop van het voorafgaande verenigingsjaar, een Algemene Leden Vergadering gehouden. In deze jaarlijkse Algemene Leden Vergadering komen in ieder geval aan de orde:
    a. het jaarverslag;
    b. de balans en de staat van baten en lasten;
    c. het verslag van de kascommissie;
    d. de benoeming van een kascommissie voor het onderzoek van de balans en de staat van baten en lasten over het lopende verenigingsjaar;
    e. de begroting, tenzij deze al is vastgesteld.
  3. De Algemene Leden Vergadering kan de in het tweede lid genoemde termijn verlengen, van vier tot zes maanden.
Artikel 34. Bijeenroeping
  1. Onverminderd het bepaalde in lid 2 van dit artikel, worden Algemene Leden Vergadering gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenst. De bevoegdheid tot bijeenroeping van de AlgemeneLeden Vergadering komt toe aan het bestuur.
  2. Het bestuur dient een Algemene Leden Vergadering bijeen te roepen, indien een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van ten minste vijftig procent (50%) van het totale aantal stemmen dat door alle leden kan worden uitgebracht, daartoe schriftelijk een verzoek indienen bij het bestuur, onder nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen.
    Indien de Algemene Leden Vergadering niet binnen vier (4) weken na het verzoek wordt gehouden, zijn de verzoekers - met inachtneming van de wet en de statuten - zelf bevoegd de Algemene Leden Vergadering bijeen te roepen. Op een bijeenroeping als in de vorige zin bedoeld, is het bepaalde in lid 3 van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
  3. Tot het bijwonen van de Algemene Leden Vergadering dient ieder lid te worden opgeroepen.
    De oproepingstermijn bedraagt ten minste één en twintig (21) dagen, waarbij de dag van oproeping en de dag van de vergadering niet worden meegerekend.
    De oproeping geschiedt door middel van oproepingsbrieven die per post worden verzonden; tevens zal op de website van de vereniging een aankondiging van de vergadering worden gedaan.
    Indien een lid aan het bestuur een aan hem/haar toebehorend emailadres ter beschikking heeft gesteld, kan de oproeping van het betreffende lid eveneens geldig geschieden door toezending van een digitale oproepingsbrief naar betreffende emailadres.
    De oproepingsbrief vermeldt de datum en de plaats van de vergadering en het aanvangstijdstip. De in de vergadering te behandelen onderwerpen worden vermeld in de oproepingsbrief dan wel worden door middel van een afzonderlijke brief ter kennis van de leden gebracht binnen de voor de oproeping gestelde termijn.
  4. Algemene Leden Vergaderingen worden gehouden in Nederland
Artikel 35. Toegang en stemrecht
  1. Toegang tot de Algemene Leden Vergadering hebben alle leden van de vereniging.
  2. Over de toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist het bestuur.
  3. Ieder lid van de vereniging heeft ter vergadering één stem, met uitzondering van geschorste leden die géén stemrecht hebben.
  4. Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen. Een gemachtigde kan slechts twee leden vertegenwoordigen. Een machtiging dient te vermelden: naam volmachtgever, gemachtigde, waartoe gemachtigd wordt, datum, handtekening volmachtgever, handtekening gemachtigde. Onvolledige machtigingen zijn ongeldig.
Artikel 36. Voorzitterschap en notulering
  1. De Algemene Leden Vergaderingen worden geleid door de voorzitter of zijn plaatsvervanger.
    Is de voorzitter afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan voorziet de vergadering zelf in het voorzitterschap.
  2. Van het verhandelde in een Algemene Leden Vergadering wordt door de secretaris of zijn plaatsvervanger beknopte notulen en/of besluitenlijst opgemaakt. Is de secretaris afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging voorzien, dan wijst de voorzitter een notulist aan.
  3. De ontwerpnotulen worden, door publicatie op de website of op andere wijze, zo spoedig mogelijk ter kennis van de stemgerechtigde gebracht. Zij worden in de eerstvolgende Algemene Leden Vergadering , eventueel gewijzigd, vastgesteld en door de voorzitter en de secretaris ondertekend. De eventueel door de Algemene Leden Vergadering aangebrachte wijzigingen worden tevens opgenomen in de notulen casu quo besluitenlijst van de vergadering waarin tot deze wijzigingen werd besloten.
Artikel 37. Besluitvorming
  1. Voor zover de wet of de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten van de Algemene Leden Vergaderingen genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  2. Blanco en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht, maar tellen wel mee voor het quorum.
  3. Alle stemmingen over de aanwijzing of benoeming van personen geschieden schriftelijk. Alle overige stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of ten minste vijf stemgerechtigde leden dat vóór de stemming verlangen. Een schriftelijke stemming geschiedt met stembriefjes.
  4. Indien niemand hoofdelijke stemming verlangt wordt het besluit bij acclamatie genomen.
  5. Indien mondelinge stemming moet plaatsvinden, dan kan de voorzitter besluiten tot stemming bij handopsteking, tenzij één der stemgerechtigde leden stemming bij hoofdelijke oproeping verlangt. Ook kan de voorzitter alsnog tot stemming bij hoofdelijke oproeping besluiten, indien hij bij de stemming bij handopsteken de uitslag der stemming niet kan vaststellen.
  6. Indien schriftelijke stemmingen over verschillende aanwijzingen, benoemingen of zaken moeten plaatsvinden, dan kunnen deze stemmingen gecombineerd worden mits de stembriefjes zodanig zijn ingericht, dat verwarring redelijkerwijs niet mogelijk is. Evenwel moeten afzonderlijke stemmingen worden gehouden indien ten minste vijf stemgerechtigde leden dat verlangen.
  7. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende de benoeming of aanwijzing van personen, dan is het voorstel verworpen.
Artikel 38. Stemmingen over personen
  1. Indien bij een aanwijzing of benoeming van een persoon niemand de volstrekte meerderheid heeft gekregen, dan heeft een tweede stemming plaats, tenzij tussen twee personen is gestemd.
  2. Heeft dan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
  3. Bij de in het tweede lid bedoelde herstemmingen wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming kon worden gestemd, met uitzondering van de persoon op wie bij die voorafgaande stemming de minste stemmen zijn uitgebracht. Zijn bij die stemming de minste stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen bij de volgende stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
  4. Indien bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, dan beslist het lot wie van beiden is aangewezen of benoemd.
Artikel 39. Vaststelling besluitvorming
  1. Het in de Algemene Leden Vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
  2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigd lid dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
Artikel 40. Reglementen
  1. De Algemene Leden Vergadering kan een huishoudelijk reglement en andere reglementen vaststellen, waarvan de bepalingen niet in strijd mogen zijn met en niet mogen afwijken van de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, of van deze statuten.
  2. Indien de reglementen van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland verlangen dat een huishoudelijk reglement of een ander reglement aan de goedkeuring van de Raad van Beheer wordt onderworpen, dan treedt het niet in werking alvorens die goedkeuring is verkregen. Hetzelfde geldt voor wijziging van dat reglement.
  3. De Algemene Leden Vergadering kan een reglement te allen tijde wijzigen, mits aan de in statuten en huishoudelijk reglement gestelde eisen voor de besluitvorming en de voorbereiding daarvan is voldaan. Ook de Algemene Leden Vergadering kan echter geen besluiten nemen in strijd met een reglement.
Artikel 41. Aansprakelijkheid
  1. De vereniging en/of haar bestuursleden kunnen niet door de leden aansprakelijk worden gesteld voor enige schade, ontstaan tijdens vanwege de vereniging georganiseerde bijeenkomsten, cursussen of evenementen, van welke aard ook, en evenmin voor enige schade ten gevolge vandoor de vereniging verleende adviezen of door welke oorzaak dan ook, voor zover deze niet wordt gedekt door de aansprakelijksverzekering die de vereniging voor zich en voor haar bestuurders zal afsluiten.
  2. Op de hiervoor in dit artikel omschreven exoneratie kunnen de vereniging noch haar bestuursleden een beroep doen, indien de schade direct is te relateren aan onbehoorlijk bestuur, ernstige nalatigheid dan wel de schade moedwillig is berokkend door één of meer bestuursleden.
Artikel 42. Statutenwijziging
  1. Deze statuten kunnen, onverminderd het bepaalde in de volgende leden, slechts worden gewijzigd bij een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Leden Vergadering, waarin ten minste twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien niet twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is, dan wordt binnen zes weken een tweede Algemene Leden Vergadering gehouden over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest. In die vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
  2. Een afschrift van het voorstel tot statutenwijziging, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, wordt ten minste vijf dagen voor de vergadering door hen die de oproeping tot de vergadering hebben gedaan, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage worden gelegd tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. De leden worden van deze ter inzage legging op de hoogte gesteld.
  3. Voorts wordt het voorstel tot statutenwijziging hetzij tegelijk met de in artikel 34 bedoelde agenda gepubliceerd, al dan niet door publicatie op de website
  4. Een wijziging van de statuten treedt niet in werking dan nadat deze door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is goedgekeurd en van de wijzigingen een notariële akte is opgemaakt.
Artikel 43. Ontbinding
  1. De vereniging kan slechts worden omgezet, gefuseerd of ontbonden door een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene Leden Vergadering, waarin ten minste twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien niet twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is, dan wordt binnen zes weken een tweede Algemene Leden Vergadering gehouden over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest. In die vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
  2. De vereniging blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van haar vermogen noodzakelijk is.
  3. Tenzij de Algemene Leden Vergadering anders besluit of de wet anders bepaalt, treden de bestuurders als vereffenaars van het vermogen van de ontbonden vereniging op.
  4. De vereffenaars doen aan het handelsregister de met de ontbinding en vereffening verband houdende wettelijk vereiste opgaven.
  5. Tegelijk met een besluit tot ontbinding wijst de Algemene Leden Vergadering een andere kynologische vereniging of een doel aan, waaraan een eventueel batig saldo na vereffening zal toevallen.
  6. Na voltooiing van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging gedurende zeven jaren berusten bij degene die daartoe schriftelijk door de vereffenaars is aangewezen.
Artikel 44.
  1. In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten en het Huishoudelijk Reglement niet voorzien, beslist het bestuur.
  2. Het eerste boekjaar van de vereniging eindigt op éénendertig december tweeduizend twaalf.

 

 

Afdrukken E-mail